Dit vraagstuk gaat in de kern over uit- en infaseren: hoe gaat u over van het werken met het tijdelijk deel van het omgevingsplan, verordeningen, TAM-IMRO en BOPA’s naar het integrale omgevingsplan? U heeft hier echt iets te kiezen. Dit is het hart van de transitiestrategie waar veel zaken samenkomen en u uw strategische afwegingen maakt.
Een belangrijke vraag die u zichzelf bij elke keuze kunt stellen: ligt het (inhoudelijk en technisch) zwaartepunt van uw transitie (en dus de baten en lasten!) in de komende jaren of juist wat meer richting 2032? Hier ligt ook een belangrijke link met uw planning en kostenraming. Uiteindelijk zult u uw ontwikkelstrategie willen uitwerken in het (tactische) ontwikkelpad: het concrete plan van aanpak voor het ‘vullen’ van uw nieuwe omgevingsplan gebaseerd op de ontwikkelstrategie.
1. Samenhang tussen de instrumenten in de planketen
De instrumenten in de planketen hangen met elkaar samen. Idealiter volgt u de beleidscyclus en ontwikkelt u eerst de omgevingsvisie, waarna u de keuzes uitwerkt in programma’s en het omgevingsplan. In de transitiefase is er veelal nog geen sprake van deze ideale volgorde. Hoe gaat u in samenhang de instrumenten (door)ontwikkelen? Waar begint u mee? Wat kan parallel? Wat moet serieel? Het opstellen van een ‘beleidskaart’ (zie Uitwerken omgevingsvisie in programma’s en omgevingsplan) kan helpen om inzicht te krijgen.